76 jaar geleden, op 27 januari, begon de koudste week van de Hongerwinter. De winter van 1944-1945 staat in het collectieve geheugen gegrift als de zwaarste winter van de oorlogsjaren. Het was een periode van kou, schaarste en ontbering, maar ook een winter vol tegenstellingen: in de laatste week van januari 1945 vroor het streng en heerste een ijzige kou, terwijl het in februari onverwacht zacht en warm werd.
De winterkou begon halverwege december 1944, toen een hogedrukgebied boven het noordwesten van Rusland koude, polaire lucht naar Nederland bracht. Rond Kerstmis volgde een kalme en vrij zonnige periode, met ’s nachts lichte tot matige vorst en overdag temperaturen net boven het vriespunt. Kort na Kerstmis draaide de wind van (noord)oost naar zuidwest, waardoor de eerste sneeuwbuien het land bereikten — terwijl het ’s nachts bleef vriezen.
Storm geeft overlast
Er zijn dagen dat het overdag niet meer boven het vriespunt komt. Een venijnige storm blaast met krachtige wind over de Noordzee en zorgt voor grote overlast in het zuidwesten van het land. Huisraad en wrakhout uit het door oorlogshandelingen overstroomde Walcheren spoelen aan bij Middelburg. In het kielzog van de storm trekt een neerslaggebied over Nederland dat een dik pak sneeuw achterlaat. De vorst houdt aan, en soms komt de temperatuur overdag niet boven nul. Halverwege de maand lijkt de winter op zijn einde: de dooi zet in, de sneeuw verdwijnt, en in dagboekfragmenten is de opluchting over het zachtere weer goed merkbaar.
Zeer strenge vorst
Op 20 januari komt de winter hevig terug. Eerst valt er natte sneeuw, maar zodra de temperatuur zakt, vormt zich snel een dik pak sneeuw. Tot het eind van de maand blijft het ijskoud, met matige tot zeer strenge vorst in het hele land. In De Bilt wordt op 26 januari -13°C gemeten, en in Hoorn zelfs -18°C een dag later. De strenge vorst in Noord-Holland zorgt ervoor dat vaarten en sloten dichtvriezen.
Een dagboekschrijver uit die streek noteert:
‘Door de strenge vorst ziet men nu weer overal schaatsenrijders in het veld. Het staat mijns inziens vast dat dit lang niet allemaal plezierrijders zijn. Op het ijs is er hoegenaamd geen controle en men loopt dus minder gevaar dan op de openbare weg.’
ChatGPT zei:
14 dagen sneeuw
Het koude vriezende weer houdt aan tot het einde van de maand, met in de laatste dagen opnieuw sneeuwval. De dooi valt definitief in op 31 januari. In De Bilt lag in januari 1945 maar liefst veertien dagen sneeuw.
De dichtgevroren binnenwateren en de sneeuw in de tweede helft van januari zorgden voor een slechte aanvoer van voedsel over het IJsselmeer. Daardoor kwam het steeds vaker voor dat men op de voedselbonnen niets kon krijgen.
Een groot probleem was het gebrek aan brandstof. Ook in Nieuwerkerk aan den IJssel werden veel bomen gekapt. Alles wat maar enigszins brandbaar was, werd gebruikt. Bij het oude station, waar vroeger kolen werden aangevoerd, groeven mensen in de grond op zoek naar restanten van kolen om nog iets te kunnen stoken.
Naast honger en de Duitsers was ook de kou een extra vijand.
ChatGPT zei:
Warmer dan normaal
Al in de eerste dagen van februari wordt het 9 à 10°C, en het maandgemiddelde ligt voor het grootste deel van het land 3 tot 3,5 graden boven normaal.
Hoewel februari niet bepaald droog was — met ongeveer 10 millimeter regen op 4 en 5 februari en slechts 12 dagen met weinig of geen neerslag in De Bilt — luidt deze warme februari een lange periode van zacht en droog weer in.
In april, als de bevrijding al nabij is, geniet men van heerlijk lenteweer met temperaturen iets boven de 20°C.
(Bron: KNMI)



