Op 16 juni 1923 begon het allemaal.
Er reden voor het eerst twee geel geverfde T-Ford autobussen van de gebroeders Wim en Leen van Gog. Later kwamen Klaas en Arie van Gog erbij.
Ze reden van Rotterdam door Capelle aan den IJssel, Nieuwerkerk en Moordrecht naar Gouda – dus van de Maasstad naar de Kaasstad.
Die rit duurde toen anderhalf uur met een pruttelend 20 PK-motortje, dat ook vaak een lekke band had. Er konden 16 passagiers mee, die zaten op houten banken. Het beginpunt was bij de molen “De Noord” op het Rotterdamse Oostplein en in Gouda bij de Waag. In Rotterdam reed de R.E.T. met bussen en trams.
Op 3 september 1923 kwam er een tweede lijn bij, van Rotterdam naar Zevenhuizen–Moerkapelle. De chauffeurs kregen een chauffeursuniform met pet.
In 1924 en 1925 kwamen er een stevigere G.M.C.-bus en een Franse Latil bij.
Een studebaker-bus van “N.V. De Ster” in Nieuwerkerk met buschauffeur Bas Albers en o.a v Dorp, Niekerk, Bijl en de Vroe. Deze werd ook wel de ’s-Gravenwegbus genoemd.
Na de bevrijding was alles ontwricht, dus reed men met Engelse militaire dumpwagens. Austin K2- SWB Z.G.Z.G. de kosten waren 3175.00 gulden, de z.g. gevangenis- of bellewagens waren met houten banken voor 16 plaatsen. Soms zat men met het dubbele aantal passagiers erin. Gebr. Van Gog hadden voor de passagiers wel iets comfortabeler vervoer gedacht zodra het mogelijk was, de opvolger was het z.g. Bakbeest of koektrommels die in 1949 alweer verkocht werden en de Volvo’s voor in de plaats kwamen.
In 1956 gingen de Nieuwerkerkse senioren met een bus van 50 zitplaatsen naar het defilé van Koningin Juliana. Voor het paleis Soestdijk zwaaiden de Koningin en Prins Bernard naar de mensen in de bus.
Bij de opening van de Algerabrug in 1958 reed er een hele stoet Van Gog bussen met passagiers over de nieuwe brug, toegezwaaid door de vele feestvierende toeschouwers.
Op de lijndiensten reden de bussen zo’n 1 miljoen km per jaar en de toerwagens ruim 500.000 km.
In oktober 1967 verstelde het particuliere bedrijf zich voor als Peter, en we zeiden: “We hebben pas een lied geleerd over Peter, komt door Peter”.
Refrein:
Peter is mijn ideaal
Grijze trui en rode sjaal
Blauwe ogen, donker haar
Groot en knap en achttien jaar
Peter vindt de meisjes dom
Kijkt niet naar ze op of om
Want zo is Peter, want zo is Peter
Peter, Peter, zie je niet
Dat ik ziek ben van verdriet
Peter, ik ben verliefd
Peter zit in de hoogste klas
Ik wou dat ik zover al was
Maar als hij dan eens naar mij keek
Was ik totaal van streek
De buschauffeur vertelt……
Een oude foto uit Moordrecht waar de twee autobussen elkaar niet kunnen passeren, ook wachten, doordat er sinaasappels op de weg liggen.
Jaren geleden interviewde ik Gerard Vriend uit Nieuwerkerk die van 1963 tot 1970 buschauffeur was bij Van Gog en leuke verhalen vertelde:
We vetrokken uit Gouda en reden door de drukke Kleiwegstraat, dan was het stapvoets rijden. Op de Moordrechtse dijk waren vreemden nogal eens bang, aan de ene kant het water en aan de andere kant de steile helling. Ze vroegen dan of ik zachtjes wilde rijden.
In Moordrecht was het zo smal dat je elkaar niet kon passeren, dan weer achteruit en dan weer vooruit, heel irritant, en dat was ook zo door de Nieuwerkerkse Dorpstraat. In Moordrecht waren ze gek op paaltjes (nu nog trouwens), die werden vaak omver gereden.
Vaak had je dezelfde passagiers: de marktvrouwtjes naar Rotterdam of Gouda, of mannen naar de veemarkt. Twee keer in de week reed er een onverzorgde man, de z.g. Jan de bezemboer uit Moordrecht mee, die niet zo fris rook en waar de vrouwen niet naast wilden zitten. Hij had altijd 2 emmers eieren en een mand kakelende kippen bij zich om in Gouda te gaan verkopen.
Je had nog geen mobiele telefoons, dus als er wat gebeurde moest je in een straat stoppen en dan maar uitzoeken wie er telefoon had om een dokter of ziekenwagen te bellen. Voor een hond in de bus moest je betalen; om dit te ontwijken was het dier soms in een tas gemoffeld, en begon onderweg te blaffen en moest men toch betalen, tot hilariteit van de passagiers. Vernielingen of agressie kwam zelden voor in die tijd.
Als we langs de garage in Capelle reden, gingen we daar vaak even koffie drinken. De passagiers wachtten geduldig, totdat we weer verder gingen, niemand had haast. Weinigen hadden een auto, dus werd er veel met de bus gereisd. In het spitsuur reed men om het kwartier met soms drie overbeladen bussen achter elkaar van Rotterdam naar Gouda en andersom.
In die tijd waren er soms meisjes verkikkerd op mannen in uniform, ze zaten dan naast de chauffeur op een bank, ze reden soms een paar ritjes heen en weer mee. Wij moesten ons natuurlijk zo neutraal mogelijk houden.
Met regelmaat reden er gehandicapte kinderen mee die door de ouders in de bus werden gebracht om naar een instelling in Gouda te gaan, waar ze opgehaald werden. Op de terugweg stonden er dan soms in Nieuwerkerk geen ouders; we lieten de kinderen dan zitten tot Rotterdam en zetten hen weer in de bus naar Gouda. Meestal stonden de bezorgde ouders in Nieuwerkerk weer te wachten.
Eens heb ik een keer twee en een half uur over een rit gedaan met dikke mist, toen er een passagier voor de bus moest lopen. Al die jaren heb ik met plezier gereden.
Voor het eerst reden in 1923 twee gele T Ford autobusjes van gebr. Van Gog van Rotterdam naar Gouda.
In 1930 bouwde men op dezelfde weg nr. 120 een grote garage, de eerste steen werd gelegd door de 19-jarige Arie v. Gog. In 1951 werd de garage weer uitgebreid.
De Van Gog bussen waren geschilderd in de kleuren die altijd zouden blijven: crème dak, rode bies onder de ruiten, groene onderkant en rode spatborden. De bussen werden steeds groter, zoals de Ford, en deden de rit in 1 uur. Later, in 1947, kwamen er stopplaatsen met een halfuur-dienst.
In 1936 kreeg men bussen met dieselmotoren en een gestroomlijnde carrosserie tot 1947. Ook ging men plezierreisjes maken voor verenigingen en schoolreisjes, dat waren speciale reiswagens, zelfs naar Lourdes. Er was ook een busdienst naar het Zeehospitium in Katwijk en naar sanatorium Zonnegloren in Soest.
In 1930 had men al 11 bussen, waarvan 10 van het merk De Dion Bouton; in 1939 kwamen de Volvobussen. In 1933 werd door een Brabants busbedrijf drie bussen van Van Gog met chauffeurs gehuurd. Van Gog kreeg het druk, ook doordat de drie genoemde treinstationnetjes verdwenen.
Tijdens de oorlog kregen de bussen een houtgenerator; enkele bussen werden gevorderd door de Duitse bezetters en als rode kruisbus gebruikt aan het Duitse front. Het eindstation Rotterdam werd in 1940 verplaatst door de bombardementen.
Er gebeurde in Moordrecht een ernstig ongeluk in 1941: de remmen weigerden en een bus reed het water in met 22 mensen, waardoor 11 mensen verdronken. Door de inundatie werd de lijn (toen nog de Ster) naar Nieuwerkerk verlengd naar Zevenhuizen. In 1944 werd er weer een bus gevorderd.
Met de bevrijding reden de bussen met vlaggen voorop. Net na de oorlog kon men nog niet aan nieuwe bussen komen, dus kreeg men oude z.g. bellewagens zonder zijramen uit de Engelse dumpvoorraad, genaamd gevangenisbussen. Nadien kwamen de voormalige Amerikaanse legerbussen, de “Bakbeesten” met 36 zitplaatsen.
In 1949 kwamen er zeven nieuwe Volvo bussen bij, in 1951 zelfs 21 nieuwe, en in 1963 weer 14 nieuwe. Met de wederopbouw reden de bussen ook personeel naar de Capelse- en Krimpense scheepswerven en naar de Moordrechtse Kon. Tapijt fabriek, en vanuit Rotterdam ook naar vele andere fabrieken.
In 1956 mochten de Nieuwerkerkse senioren deelnemen aan een defilé voor H.M Koningin Juliana, die hen toewuift voor paleis Soestdijk.
Van de dagtochten van Van Gog, werd veel gebruik gemaakt door verenigingen en voor schoolreisjes. We zien hier de Kralingse Oostergids dagtocht met 8 bussen in 1954, uitgezwaaid door half Kralingen.
Na afloop had de chauffeur tranen in zijn ogen en zei: Ik wou dat ik nog net zo jong was als jullie.
Dat gevoel heeft iedereen denk ik die oud is, wat een heerlijke tijd was het toen we verliefd waren.
Je reed of liep vele keren langs het huis waar je liefje woonde om maar even een glimp op te vangen van de persoon waar je verliefd op was.
Maar o wee als de liefde niet werd beantwoord, dan had je liefdesverdriet.
Maar soms was dat al na een paar maanden weer over en kwam er weer een nieuwe ster.
Kocht aan de “Citosa”. Nog enkele jaren tot 1974 werd het nog voortgezet om fiscale redenen onder de naam Van Gog N.V.
Mijn eigen herinnering aan Van Gog
Op de middelbare school gingen we eens met een schoolreis met de bus van Van Gog.
De wat oudere chauffeur
(gezongen door Sweet Sixteen in 1960). Nu dan mogen jullie dat voor mij zingen en dat deden we.
Wie maakt dat ik niets meer lust
Wie verstoort mijn rust?
Ja, dat is Peter, ja, dat is Peter
Waarom doe ik alles fout
Ben ik warm of koud
Dat komt door Peter.



