Juffrouw De Ruiter met klas 1 en meester Dirkszwager met de klassen 6 en 7 vulden de onderverdieping, terwijl de onderwijzers Bouwman en Christiaanse respectievelijk de klassen 2/3 en 4/5 voor hun rekening namen op de bovenverdieping.
Nadat ook de Tweede Openbare School aan de ’s Gravenweg bezet werd, gingen de twee scholen gezamenlijk het pakhuis gebruiken. De ene groep kreeg ’s ochtends les en de andere ’s middags.
Ook de scholen 1 en 2 met de Bijbel aan de Onderweg en de ’s Gravenweg werden door de bezetter gevorderd. Aan de ’s Gravenweg werd er school gehouden in de stallen van Timmerman en van Houweling, en de kinderen van School 1 aan de Onderweg vonden onderdak in de stal van Van der Ham aan de Kerklaan.
De stallen konden echter tot november gebruikt worden voor onderwijs, omdat ze in de wintermaanden het domein waren van de koeien. Terwijl de kinderen van School 2 vrij kregen, verhuisden de kinderen van School 1 naar de Gereformeerde Consistoriekamer en naar de garage van meester Leppink aan de Kerklaan.