Nieuwerkerker Arie den Toom een Rotterdamse verzetsheld

Het was 13 maart 1945. Johanna Meijboom, een 16-jarig meisje, loopt over de Courzandseweg in Rotterdam Heijplaat, net terug van een boodschap, terug naar haar werk. Het is oorlogstijd, en ze merkt dat het er goed mis is in het kleine Tuindorp Heijplaat. De Duitsers rijden af en aan, maar waar zijn ze naar toe?

Dan ziet ze dat het bij het pand waar ze werkt, café ‘Courzand’, goed mis is. Op de Courzandseweg stonden een aantal legervoertuigen en alle deuren van het pand stonden wagenwijd open. Waar ze ook keek, overal stonden Duitse soldaten met machinegeweren in de aanslag. Één voor één kwamen de mannen, die ze zo goed kende, uit het pand, met hun handen achter hun hoofd in hun nek: Meneer Den Toom, de Poolse soldaat Gregory, de twee Franse soldaten René en Henri, en nog negen andere verzetsmensen.

Meneer Den Toom keek haar aan en zwaaide naar haar toen hij haar zag. Zijn hand werd door een Duitse soldaat direct naar beneden geslagen, en hij moest doorlopen. Johanna rende snel naar huis. Ze wist heel goed wat er aan de hand was. Ze wist veel; heel veel van wat er gebeurde in het café.

Arie den Toom werd in 1906 in Nieuwerkerk aan den IJssel geboren. Als 27-jarige jongen vertrok hij naar Rotterdam Heijplaat om daar beheerder te worden van feestgebouw ‘Courzand’. Hij kon toen nog niet weten dat het gebouw jaren later zo’n belangrijke rol zou gaan spelen voor het dorp.

 

– Koffiemaaltijd op een kaderdag –

Bijna ontdekt

Zo was het op een middag dat een Duitse officier op meneer Den Toom afkwam. Hij wilde in de filmzaal kijken, omdat hij een vreemd geluid daar hoorde. Als een fantastische toneelspeler wist Arie uiteindelijk de officier perfect om de tuin te leiden.

In de filmzaal zaten namelijk de onderduikers verstopt; en het had dan ook niet veel gescheeld of ze waren ontdekt. Meneer Den Toom stond bekend als een aardige man: een man met veel sociaal gevoel, super bescheiden, en alle gevaarlijke dingen deed hij niet voor zichzelf, maar alleen om voor anderen klaar te staan.

In een afgeschermde kamer van het gebouw was een radiozender, waarmee rechtstreeks contact kon worden gemaakt met andere verzetsgroepen in de regio. Meneer Den Toom regelde vanuit Courzand sabotageacties in de Rotterdamse haven, waarbij boten tot zinken werden gebracht. Ook werden in Courzand de rayonvergaderingen gehouden van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers.

– Kerkdienst in de Oude Kerk –

– Erewacht in de Oude Kerk –

– De lange stoet richting begraafplaats –

– Op de begraafplaats: Presenteer geweer! –

– Links Arie den Toom met instructies tijdens trainingen om te leren met wapens om te gaan –

Aan het begin van de oorlog, voordat het Duitse leger Nederland binnenviel, werd Arie den Toom gemobiliseerd en
uitgezonden naar het Maasfront, in het plaatsje Katwijk aan de Maas. Samen met een grote troep militairen bood hij daar
tegenstand tegen de oprukkende Duitsers. Nederlandse en veel Duitse militairen sneuvelden, maar Arie den Toom bleef ongedeerd.

Tijdens de bezettingsjaren kreeg het gebouw de functie van vergader- en lunchruimte voor het kantoorpersoneel van de RDM. Maar het werd met de loop der jaren grimmiger op het dorp; mensen werden opgepakt om in Duitsland te gaan
werken. Ze werden verraden, omdat ze illegaal een radio
gebruikten en niemand wist wie te vertrouwen was of niet.

Begin 1943 wordt de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers in het leven geroepen. Arie den Toom besluit zich op verzoek van deze organisatie hierbij aan te sluiten om hulp te bieden. Het is hetzelfde jaar dat Johanna bij de familie Den Toom komt werken als dienstmeisje.

Als dienstmeisje zie en hoor je veel, maar ze werd dan ook volledig door de familie Den Toom in vertrouwen genomen. “Je ziet en hoort veel. Ik vertel je daarom alles, zodat je weet dat je je mond altijd moet houden en ook begrijpt waarom,” vertelde de heer Den Toom op een dag.

Overdag was Arie den Toom een allemansvriend. Hij bediende de Duitse soldaten, gaf ze te eten, stond ze te woord, terwijl in andere delen van het pand praktijken plaatsvonden die niet naar buiten mochten komen. Persoonsbewijzen werden
vervalst, soldaten zaten in de kelder ondergedoken en ’s avonds coördineerde Arie overvallen op distributiekantoren.

– Lichamelijke oefeningen –

Militaire training

Mensen in het verzet werden er getraind om met wapens om te gaan. Maar het pand was ook een tussenstation voor onderduikers, waar ze konden schuilen voordat ze een adresje in het oosten van het land hadden gevonden. Meneer Den Toom voerde als barman de Duitse soldaten dronken, waarna de soldaten wat loslippig werden en informatie toevertrouwden. Informatie die vervolgens weer via de radio op zolder werd doorgespeeld.

Boven op zolder zaten twee Franse militairen, Rene en Henri, ondergedoken; zij maakten vervalste persoonsbewijzen. Het was dan ook een komen en gaan van mensen aan de Courzandseweg.

Nadat Arie den Toom en zijn groep waren opgepakt, is Johanna ondergedoken en naar Hendrik-Ido-Ambacht gebracht om daar te schuilen tot de oorlog voorbij was.

Arie den Toom werd vanaf Heijplaat getransporteerd naar het politiebureau aan het Haagse Veer in Rotterdam. In zijn cel schreef hij een brief aan zijn dierbaren waarin hij beschreef hoe hij gevangen was genomen en hoopte op een goede afloop, maar ook aangaf dat hij de dood niet vreesde.

Arie den Toom wordt aangemerkt als Todeskandidat en wordt op een lijst geplaatst van mensen die terecht worden gesteld als er Duitsers omkomen door aanslagen van het verzet.

Als een van de Rotterdamse knokploegen een foute Nederlander doodschiet in de Hoflaan, die later ook lid blijkt te zijn, is zijn lot bezegeld.

Samen met nog negen à tien andere gevangenen wordt Arie den Toom op 3 april 1945 geleid naar de Hoflaan in Rotterdam, waar iedereen wordt gefusilleerd. Een maand vóór de bevrijding. Vanuit het ondergrondse verzet van Pernis is nog geprobeerd Arie den Toom te bevrijden, maar dat is helaas niet gelukt.

Na de bevrijding is mevrouw Den Toom nooit meer teruggekeerd naar Courzand, maar bij haar familie gaan wonen in Woudenberg. Daar is ze op 84-jarige leeftijd in 2008 overleden. Johanna is vlak voor de bevrijding teruggekeerd naar Heijplaat, maar trof daar een gehavend Courzand aan. Alles was kort en klein geslagen.

De Poolse soldaat Gregory Rekowsky en de Franse soldaat Henri Ernst zijn op 16 april 1945, drie weken voor de bevrijding, in Utrecht gefusilleerd. De Franse soldaat René Grass was veroordeeld tot de strop, maar wist een dag voor zijn executie te ontsnappen.

Op begraafplaats Crooswijk werd Arie den Toom op 9 april 1945 begraven. Op 6 augustus 1945 werd hij met militaire eer herbegraven op de oude begraafplaats in ons Nieuwerkerk.

– Oude begraafplaats –

Lees ook deze verhalen

De Steenovens van Mijnlieff komen weer tot...
https://youtu.be/TiOkPmKtgSE?si=1JSyDhA0GDPEO7sU  Stap even uit het nu en duik met ons...
Lees meer
Een “koninklijke” volksbuurt
Soms vind je ze nog in een gemeente, de onaangetaste...
Lees meer
Feestelijke optochten bedrijfswagens en verenigingen door de...
De grote rijdende optocht door de gemeente, waaraan werd deelgenomen...
Lees meer
Leave a Reply
You must be logged in to post a comment.