Herinneringen aan de ‘s-Gravenweg (III)

Herinneringen van Carla Verbruggen-Oosterom

Ik ben geboren op de ’s-Gravenweg, ik geloof dat het nummer 234 was. Het huis was volgens mij van Opa Oosterom. Wij woonden op de “opkamer” en sliepen op zolder.

Mijn opa en oma en de twee jongste zussen van mijn vader woonden in het andere gedeelte van het huis, met een eigen ingang. Achter het huis stond nog een huisje, waar eerst “tante Neeltje” woonde en daarna de familie van Dam.

Aan de ’s-Gravenweg stond een houten huis met een eigen bruggetje. In de ene helft woonde eerst de familie Hoogerwaard, waaronder de toen bekende postbode Rinus. Daarna woonde Marie de Groot van de Spar in dat huis. In het andere gedeelte woonden de twee broers Versteijn, Jan en Eels.

 

Ik weet nog dat de eerste auto met een startslinger pruttelend ging rijden over de ‘s-Gravenweg; het halve dorp liep uit. Ik heb in één eeuw zoveel ontwikkelingen gezien: auto’s, vliegtuigen en treinen. Badkamers waren niet in de huizen; je ging zaterdags in de teil, het water werd in pannen heet gemaakt. Meestal had je twee stel kleren en ondergoed, één voor zondag en één voor doordeweeks.

We gingen vaak kijken op de glasblazerij in Kortenoord en zagen hoe de mannen met de gloeiend hete flessen in een schouderrek naar de IJssel liepen om ze onder water te dompelen zodat het glas sterker werd en kon afkoelen. Daar werd ook veel gezongen, tegenwoordig zingt men te weinig; het geeft saamhorigheid.

Ik speelde vaak op de steenbakkerij, daar zong men ook veel, ondanks hun harde bestaan. Ik moest ’s ochtends om 4 uur opstaan om te melken, daarna naar Terdu, het schoolmeestersgezin aan de Kerklaan, waar ik dienstbode was. Ik deed veel zwaar werk daar en mocht niet aan tafel mee-eten. Na mijn dienst in de namiddag moest ik weer de 12 koeien melken die me waren toegewezen. Wij wisten wel wat werken was.

Ik kreeg verkering met Jan Klein, die vanuit elders hier ging werken bij Vente veevoeders.

Geschreven door Elly van Gelderen-Kasbergen

Eels was toen olieboer. Aan de andere kant van ons erf was de houten schuur waar schoenmaker Dekker zat.

Ons huis is gesloopt in de jaren zestig. De houten huizen hebben er nog lang gestaan. De grond waarop het huis stond, heeft heel lang braak gelegen, totdat er een paar jaar geleden twee grote huizen op werden gebouwd.

Wij zijn eind jaren vijftig verhuisd naar het buurtje van Dijksman. In de winter kregen we een abonnement voor de schaatsbaan, die schuin tegenover ons buurtje lag. Hier hebben we veel geschaatst. We speelden ook veel op de oude spoorbaan.

Het buurtje had eerst alleen maar een pad van grind. Rolschaatsen deden we graag, maar dat ging niet op het grind, daarom waren wij veel op het schoolplein van de Eben Haëzer school te vinden om te rolschaatsen. Later werd het pad voor ons huis gelukkig voorzien van tegels.

Je kan het je nu niet meer voorstellen, maar in die tijd kwamen auto’s maar weinig voorbij op de ‘s-Gravenweg. We gingen dan op het bruggetje vooraan het buurtje staan om de kentekens van de auto’s die voorbijreden op te schrijven. Het was een leuke tijd aan de ‘s-Gravenweg.

— Carla Verbruggen Oosterom

Mevrouw Adrie Verboom
van Gelderen geb. 1914 vertelt:

In Kortenoord, vlak bij de molen, hadden mijn vader en opa Job van Gelderen een kruidenierszaak. We verhuisden met ons gezin naar de “Huttenbuurt” (die liep vanaf de ’s-Gravenweg tot de spoorbaan) en hoorde bij de “glashut” (glasblazerij ‘De Struischvogel’ van Sauerbier en Mijnlief op Kortenoord), waar vader ging werken. Het was een gezellig buurtje waar iedereen elkaar hielp en nooit ruzie was, met kleine huisjes en een grote zolder waar alle elf de kinderen sliepen. Beneden was een bedstede en een klein kamertje waar oma Tom woonde. Er was een tuintje en een bleekveldje.

We gingen vaak kijken naar de mannen die met hun mond de flessen bliezen en vroegen om glazen stuiters, die in een hengsel als stop fungeerden. Het stonk en het was warm, slecht voor de longen; sommigen kregen een longkwaal. De glasfabriek ging rond 1920 failliet. Ik trouwde met Cornelis Verboom, een tuinder van de Westringdijk, waar we ook gingen wonen.

Geschreven door Elly van Gelderen-Kasbergen

Mevrouw Adriana Cornelia (Jana) Klein de Hoog werd 104 jaar oud:

Zij was toen, tijdens het interview 15 jaar geleden, de oudste inwoonster van Nieuwerkerk.

 
 

De ’s-Gravenweg was eigenlijk een dorpje apart, we woonden met ouders en zes kinderen in een klein huisje, waar nu de Chr. Gideonschool is. Vader werkte bij de familie Pinkse, tegenover café Honkoop, die een boerenbedrijf, een bakkerij en een bakkerswinkel hadden en hij was ook veehandelaar. Vader molk koeien die achter ons huis in de wei liepen. Zelf was ik nog maar 4 jaar en leerde vader mij koeien melken. Schuin tegenover ons huis was de wagenmakerij van de Kievith.

We gingen op school aan de ’s-Gravenweg, ondeugende jongens kregen toen nog lijfstraffen met een stok. Zondags kerkten we in de oude hervormde dorpskerk. De ’s-Gravenweg is heel oud; er reden paard en wagens, postkoetsen en huifkarren, en personenvervoer ging in een open wagen met een paard ervoor. De mensen zongen en maakten lol, vandaar de naam “Jan Plezier”

Lees ook deze verhalen

De Steenovens van Mijnlieff komen weer tot...
https://youtu.be/TiOkPmKtgSE?si=1JSyDhA0GDPEO7sU  Stap even uit het nu en duik met ons...
Lees meer
Een “koninklijke” volksbuurt
Soms vind je ze nog in een gemeente, de onaangetaste...
Lees meer
Feestelijke optochten bedrijfswagens en verenigingen door de...
De grote rijdende optocht door de gemeente, waaraan werd deelgenomen...
Lees meer
Leave a Reply
You must be logged in to post a comment.