Herinneringen van Truus Stam
Mijn naam is Truus Stam, geboren en getogen aan de ’s-Gravenweg nabij de Scheve Overweg, samen met mijn zussen Margo, Jeannette (Annie) en broertje Eeuwout. Mijn vader (Eeuwout) en moeder Annie v/d Windt woonden na hun huwelijk op ’s-Gravenweg 62a, daar zijn Margo, Jeannette en ik geboren. Het huisje was boven de kruidenierswinkel van Klaas en Corrie Verweij, wij speelden vaak in de kelder van de kruidenierswinkel met hun dochter Wil.
Later zijn we verhuisd naar nummer 58, daar is ons broertje Eeuwout geboren. Mijn vader had een veetransportbedrijf, hij haalde de koeien bij diverse boeren op en reed ze naar de veemarkten door het hele land. De aangekochte koeien werden weer naar de diverse boeren gebracht, zo reed hij heel Nederland door. Het bedrijf van mijn vader zat aan de overkant van ons huis.
Met een oude leger Jeep, zoals op de foto, reed hij de aanhangwagens de werf op over het kleine bruggetje. Ieder van ons heeft op jonge leeftijd al leren rijden in deze oude Jeep, wij deden dit dan op de oude spoorlijn achter ons huis.
– Onze oude leger Jeep –
Wij liepen iedere dag de ’s Gravenweg uit naar de school van Meester Kwinkelenberg, iedereen kende hem. Het meest opvallende aan deze route was de slachterij van T. Boer & zn, een begrip in Nieuwerkerk en omstreken. Heel Nieuwerkerk kent daar wel iemand die daar werkt, mijn oudste zus Margo werkt hier al haar leven lang.
Johan Stam, neef van mijn vader, had aan de ’s-Gravenweg een kalverenbedrijf. Schattig al die jonge kalfjes, ik was er vaak te vinden. De kleine baby kalfjes waren zo aanhankelijk, ze sabbelden nog aan je hand. Daar is overduidelijk mijn liefde voor deze beesten ontstaan.
Koeien zijn nog altijd mijn lievelingsdieren, maar… zodra een kudde schapen voorbij kwam, hing ik in de rozenstruik in onze tuin als ik niet snel genoeg naar binnen kon komen! Ben nog steeds niet gecharmeerd van deze dieren. ’s Zomers bouwden we hutten en maakten we vlotten om mee te varen in de sloot, samen met onze achterbuurkinderen van de familie Verdoold. Margo is later getrouwd met één van deze jongens, Arie, die destijds bij fietsenmaker van Erkel werkte, een stukje verder aan de overkant.
– Eewout Stam –
– Truus Stam –
Onze jeugd was geweldig, ieder seizoen werd beleefd. In de zomer gingen wij met de schouw (een platte boot) mee met opa, die naast ons woonde, en met hem gingen we door de sloot naar achter in het weiland richting de dijk om het hooi van het land te halen.
Dat werd op een soort houten wigwam gelegd om te drogen, hierdoor werd dit een tent waar wij in konden spelen. Er ging limonade en brood mee en wij “kampeerden” daar heel de dag op het land.
Zodra het hooi in de hooiberg lag, hadden we weer een nieuw vermaak: slingeren aan een groot touw dat hing aan de nok van de hooiberg, van de een naar de andere kant.
Samen met de kinderen van Theo Kool (Piet, John, André en Netty) trokken wij veel met elkaar op en speelden altijd buiten.
’s Winters waren wij hele dagen op het ijs te vinden, in onze tijd was het kunstrijden heel populair. Dit was uiteraard door de goede prestaties van Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel, natuurlijk waren wij in onze ogen net zo goed als deze vrouwen.
Na de hele dag op het ijs kwamen we binnen en kregen dan een beker warme melk met een anijsblokje erin, heerlijk!
– Jeannette Stam –
Wij speelden met de kinderen van de fietsenmaker. Opa en Oma Stam woonden naast ons in een vrijstaand huisje, daarnaast woonden de familie van der Plaats. Er zat maar een heel klein slootje tussen het huis van mijn opa en oma en de familie van der Plaats. Vaak pikten we uit de moestuin van deze familie een bos peen, spoelden het in de sloot om het grond eraf te halen en aten het op… vieze varkens worden niet vet.
Later is het kruidenierswinkeltje van Verweij verdwenen en is daarvoor in de plaats een antiekwinkeltje van Alice de Looze gekomen.
Verder als de ’s-Gravenweg kwamen we niet, alles was daar en ons leven speelde zich daar af. De melkboer Groenendijk zat tegenover ons. De groenteboer Vuik kwam langs de deur en de bakker Jan ook.
We gingen naar slager Carlier net om het hoekje op de Kerklaan, naar de kapper bij Compeer. Ondergoed en dergelijke bij mevrouw Slob, drogisterijspullen haalden we bij Boele en nieuwe schoenen werden gekocht bij Doornhein.
Bij Barentje Pruit haalden we sigaretten voor mijn vader en moeder. Zelfs onze huisdokter Hage, zijn fantastische vrouw en assistente Suus woonden bij ons aan de ’s-Gravenweg.
We hadden alles bij de hand en hoefden nooit verder van huis. Daarom heb ik zulke heerlijke herinneringen aan mijn jeugd op de ’s-Gravenweg. Ik ben nog steeds dankbaar en blij dat ik een geboren en getogen Nieuwerkerkse ben!
Truus Stam
– De veetransportwagens –



