Door een wetswijziging was er in 1928 een zevende klas op komst bij “school 1”, gevestigd aan de Schoolstraat. De inspecteur en B&W wilden daarvoor een extra lokaal aan de school laten bouwen.
Het bestuur dacht daar echter anders over en wilde daarvoor in de plaats een tweede school laten bouwen aan de ’s-Gravenweg. Als mogelijke plaatsen dacht men toen aan de Kortlandstraat of aan de Rijskade.
Dankzij een handtekeningenactie stemde de ledenvergadering op 6 februari 1929 in met een school aan de ’s-Gravenweg met drie lokalen. Van C. Post kon men land kopen en dat bepaalde uiteindelijk de plek, namelijk tegenover villa “Buitenlust”, waar de Boerenleenbank zat.
Bij het ontwerp van architect P. Valkenburg werd al rekening gehouden met eventuele uitbreidingen. Daarom werd de ingang aan het achtereind van de drie lokalen bedacht.
De aannemer die de school mocht gaan bouwen was T. Terlouw, en het schoolhuis, dat voor de school aan de weg werd gebouwd, werd gegund aan W. van Vianen, beiden dorpsgenoten.
De eerste steen werd gelegd door voorzitter J. Sterk op zaterdag 26 oktober 1929. Er werd verwacht dat de ’s-Gravenweg-leerlingen vooral kwamen uit kringen “die geen gloedvolle voorstanders van Christelijk onderwijs waren”.
Daarom werd de Hervormde meester De Rooij, van de andere school, er hoofd, om eerder het vertrouwen te winnen. Meester De Rooij ging ook in het schoolhuis wonen.
De officiële opening van de nieuwe School met de Bijbel was op 13 maart 1930; het voltallige bestuur en personeel ging bij deze gelegenheid uitgebreid op de foto!
– De school omstreeks 1930 –
– De officiële foto van de opening. Staand van links naar rechts: A. Maaskant, mej. A. Swart (onderwijzeres), A. van Leeuwen (onderwijzer), A.P. Koole, J. Boersma (onderwijzer), J. Reijm en K. de Rooij (hoofdonderwijzer). Zittend van links naar rechts: W.L. Anker. P. Valkenburg (architect), A.J. Verhoef, J. Sterk (voorzitter), A. Vente (secretaris), K. Stolk en J. Hoogendoorn. –
– Foto omstreeks 1950, links meester de Rooij (hoofd van de school) en rechts meester Weda –
In 1951 heerste ook al een woningnood en toen meester Frederikze uit Gouda in dat jaar hoofd werd van de school, ruilde het gezin Frederikze met de familie van Rooij van woning. De familie De Rooij trok in het huis in Gouda en de familie Frederikze in het schoolhuis van de school. Hij ging les geven aan de klassen 5 en 6.
In het 60-jarig jubileumboekje van de Eben Haëzer school vertelde hij over die tijd: “De vloeren van de school waren nog van hout en daar stonden grote zware kachels op. In de periode van 1 oktober tot Pasen werden de kachels aangemaakt door de schoolwerkster, mejuffrouw Hoogerwaard. In de strenge winters bevroren de leidingen van water en w.c. Handen vol zout in de potten en elektrische kacheltjes werden ingezet om iets niet te laten bevriezen.
Veel is er ook in die jaren vernieuwd: kachels weg, linoleum op de vloer, nieuwe bankjes en nieuwe ramen, alles heel licht geverfd.
Voor de ouderavonden moest altijd veel werk verzet worden, want dan moest er ruimte vrijgemaakt worden. Boekenkasten leeghalen, dan kon de kast verrold worden. Schot tussen de klassen omhoog. Banken naar de achteruitgang en stoelen werden er gehuurd bij Honkoop. Een aantal leerlingen haalde die op met karretjes. Ook de banken uit het verenigingslokaal bij de Dorpskerk moesten opgehaald worden door de heer Maaskant met zijn vrachtauto. Het podium werd gebouwd van veilingkisten die bij mijnheer van Pelt vandaan kwamen.
– De 4e en 5e klas naar Schiphol rond 1949/1950. We gaan bovenaf (de vliegtuigtrap) naar beneden, waarbij ik de namen van de bovenste vijf jongens direct al niet weet. Daaronder de eerste rij van links naar rechts: Jan in ’t Hout (boven), Maarten Molenaar (onder), Piet van Pelt (boven), Adriaan Vis (onder),onbekend, Willy Docters van Leeuwen, Jan van Vliet, Arie Groenendijk en een onbekende. De tweede rij van links naar rechts: den Outer (boven), ? Molenaar (onder), Jan Terlouw, Floor in ’t Hout, Sidi Doornhein, Ina Markus en Janus Stam. De derde rij van links naar rechts: Kees van Gelderen, juffrouw Sterk, meester Sierink, Joke den Outer, Hennie Vis, Annie Dul, Magda Hazenbroek (met witte strikken), Tini de Jong, meester Weeda en juffrouw Slobbe. De vierde rij van links naar rechts: Willem de Uijl, Elly Toech, Corry Terlouw, Dicky Baas, Elly Marelis, Riet Oosterom, Sjaan Vink, Wim van Gelderen, Truus de Jong, onbekend en nog een onbekende. Tenslotte de onderste rij van links naar rechts: Kees de Graaff, onbekend, onbekend, onbekend, onbekend, Trix Vis, Jannie de Uijl, onbekend en onbekend. –
– Op schoolreis –
– Meisjes van boven naar beneden en v links naar rechts: Lenie Boudewijn, meester Fredrikze, Dineke Berkhout. 2e rij v Boven: Corrie Heuvelman, Ria vd Heuvel. Dochtertje? met Lia v. Erkel, Corrie Verkaik, Janneke Hoogendijk, Dieuwertje v Dam, Ria Rietveld, onderste rij: Ria Vrijenhoek, Cocky van Erkel,Tineke v. Vliet –
IJsbrand Maaskant vertelt:
Mijn lagere school. In 1970 moest ik naar school, ik vond het niks, moest ik bij mama weg. Heimwee. Ik weet nog dat ik in ons allereerste speelkwartier alleen maar met mijn armen wijd, tegenover het portiek, tegen het gegalvaniseerde hek heb gestaan. Geen idee hoe me te vermaken. Pff, en ik moest nog 6 jaar.
Door dat portiek gingen we naar binnen. Er stond altijd een leerling uit de 5e of 6e klas als deurwacht. Aan de voorkant zat ook een portiek, maar die was niet voor de leerlingen of de klassen 5 en 6 gingen daardoor naar binnen, dat weet ik niet meer. We moesten allemaal muisstil zijn, klas 1 t/m 6, 2 aan 2 in een rij langs de gevel staan. Eerst klassen 2 en 3, juffrouw Sterk, die zaten in het ‘nieuwere’ lokaal rechts, dan klas 1, wij dus, het eerste lokaal links bij juffrouw Peek. Daarna de leerlingen van klas 4, meester Menno vd Hoek, lieve man was dat. Als laatste klas 5 en 6 helemaal aan het eind van de gang bij meester Fredrikze.
Overigens kon je geld vinden in dat portiek, er lag een rooster boven een put. In het gat lag van alles; papiertjes en troep, maar ook dubbeltjes en kwartjes. Met een magneetje aan een touwtje was er een kans dat je dat geld kon hengelen. De kinderen, die thuis Lego hadden, waren in het voordeel. Lego had/ heeft namelijk kleine rode magneetjes, waar je een touwtje doorheen kon doen. De kwartjes vielen best vaak weer in de put, want de vierkantjes van het rooster waren precies zo groot dat er een kwartje doorheen kon vallen. Een kleine aanraking met het rooster en het kwartje lag weer beneden.
Als klein jochie keek je natuurlijk op tegen de oudere klassen. Ik kan me nog twee 6e klassers herinneren die in de pauze best vaak binnen zaten. Dat was niet omdat ze leren zo leuk vonden. Nee, Albert Vente en Gert van Nieuwpoort waren grote deugnieten, die het vaak aan de stok hadden met kale Freek. Ja sorry, zo werd meester Frederikze op het schoolplein genoemd. Ik ken een verhaal dat Gert van Nieuwpoort, die graag de klas aan het lachen bracht, een punaise op een stoel van een medeleerlinge legde. Au! Kon Gert weer naar de gang. Later scheen het dat het meisje in kwestie bij de plaatselijke wielerkoers ook punaises op het parcours gooide. Gert fietste ook mee in die wedstrijd (maar misschien heb ik dit laatste zelf verzonnen).
Op je verjaardag ging je langs alle klassen om snoep uit te delen. Je mocht dan één iemand uit je klas meenemen. In de andere klassen kreeg niet iedereen wat, nee je selecteerde, moeilijk hoor. Aangekomen in klas 6 zag ik hele hoge schooltafeltjes staan. Ik was, als klein ventje, erg onder de indruk van die hoge dingen. Toen ik 5 jaar later zelf in dat lokaal kwam te zitten, als grote jongen, waren die hoge tafeltjes weg. Vreemd.
In klas 3 en 4 werd elk jaar een toneelstuk gespeeld, spannend maar erg leuk. Daar heb ik mijn eerste moeilijke woord geleerd: generale repetitie. Die was in het lokaal van juffrouw Sterk en alle leerlingen van de school keken toe. Wij zouden in klas 4 een stuk spelen met elfjes, dat ging niet door. Ik denk te weten dat er kritiek van de ouders was. Elfjes bestaan niet en dat was tegen de geloofsovertuiging. Oké dan geen toneelstuk.
Juffrouw Sterk fietste elke dag naar school. Ze dacht harder vooruit te gaan door met haar bovenlichaam, bij elke trap naar voren te buigen. Ik heb haar nooit durven zeggen dat die beweging niets hielp. Ik kon het weten, want mijn zus Janneke had zo’nzelfde fiets, een groene Batavus met 3 versnellingen. Die fietste ook hard, maar wel zonder die buigingen.
Op het schoolplein mocht je niet fietsen. Je moest afstappen op het bruggetje dat toegang gaf tot het schoolplein en dan lopend naar het overdekte fietsenhok, dat aan de linker- en rechterkant houten bankjes had. Spelen deed je in het speelkwartier en in de tijd voordat de school begon. Er mocht niet gevoetbald worden, maar de steunpalen van het fietsenhok vormde een prachtig doel. Wanneer de juffen en meesters er aan kwamen lopen, gingen we snel handballen.
Maar onze bovenmeester ging ook wel eens vanuit het kleine dakraam op de zolder van de school kijken. Nou dan was je de bal kwijt, want handballen doe je niet met je voeten. Ik meldde al even dat de juffen en meesters er aan kwamen lopen. Tijdens de pauze, na de koffie, kwamen ze naar buiten. Ze gingen dan naast elkaar in een rij heen en weer lopen over het schoolplein. Als je tikkertje aan het spelen was, was dat best handig. Diegene die hem was, kon jou moeilijk tikken, want je liep niet tussen juffen en meesters door, het was een bewegende muur.
Eén keer hebben we die muur tegengehouden. Dat was in 1973. Wij kwamen in opstand. Wij riepen: “Wij willen vrij, anders staken wij”. Op andere scholen waren de meesters en juffen aan het demonstreren tegen een plan van minister van Kemenade, dus hadden de kinderen vrij (heb ik even opgezocht hoor). Wij maakten het de heen- en weer lopende onderwijzers zeer moeilijk en zorgden ervoor dat zij niet meer het hele plein over konden lopen. Wij waren nu een muur en hun heen-en-weer-loopje werd zeer kort. Het leek een overwinning, maar het werd ons in de volgende pauze heel duidelijk gemaakt dat het niet meer werd geduld en we geen vrij kregen.
Als het speelkwartier voorbij was floot meester Frederikze op een fluitje en gingen we in de eerder beschreven rijen staan. Het einde van de ochtend of middag werd met een bel aangeduid. In het lokaal zat een knop, links naast de deur. Meestal deed de meester dat en soms mocht één van ons dat doen. Buiten moesten we op het schoolplein wachten totdat meester Frederikze op de brug stond en goed gekeken had of het veilig was. Pas dan mochten we de ’s-Gravenweg op, op naar huis. Er stonden toen geen ouders te wachten, we gingen allemaal op eigen kracht naar huis. Dat konden kinderen toen nog. Nu ik dit schrijf, kan ik me niet herinneren dat meester Frederikze of juffrouw Sterk ooit een dag ziek waren.
In de zomervakantie van 1976, dus voordat ik naar de zesde klas ging, hadden mijn vriendje Dik Boer en ik besloten om op de eerste schooldag heel vroeg naar school te gaan. De reden: vragen aan meester Frederikze of wij de container mochten doen. Dat betekende dat je elke week de grote afvalcontainer naar straat moest rijden. Eens in de week, ik dacht op maandag, kwam er iemand van de Raiffeisenbank langs. De meester pakte dan onze spaarkaarten en je gaf dan 25 cent of 10 cent. Je kreeg daarvoor zegels, respectievelijk een blauwe of een bruine.
Meester Frederikze was een strenge man of hij was gewoon duidelijk. Hoe dan ook, ik had respect voor hem, ik was misschien wel een beetje bang. Hij had in ieder geval het beste voor met zijn leerlingen. Hij gaf extra lessen in de vijfde en zesde klas. In de vijfde bleven een aantal leerlingen op woensdag een half uur langer en kregen we extra lessen in rekenen en taal. In de zesde klas gingen we elke dag een half uur eerder de klas in, de school begon om 08.15 uur en wij begonnen om 07.45 uur.
Op onze school bestond ook een eigen betaalmiddel, de ‘Goed Bon’. Alles werd ermee betaald: snoep, knikkers, voetbalplaatjes. Maar ook als je voor jezelf gummetjes, liniaal of een schrift wilde, kon je bij de meester met deze valuta betalen. Het was een klein papiertje ter grootte van een creditcard, waar in het midden het woord ‘Goed’ op stond geschreven. Die ‘Goed Bon’ kreeg je als je je taal of rekenen goed gedaan had. Er stond dan goed of netjes of mooi onderaan het werk in je schrift. Je kon hiermee naar de meester en dan kreeg je je ‘Goed Bon’. Soms stond er goed en netjes, twee bonnen dus. Meester Frederikze gaf altijd twee cijfers, eentje voor de opdracht, een andere voor de netheid van je schrijven. En als je heel uitzonderlijk was, lag je schriftje op de tafel bij de deur. Nou, dan had je het helemaal goed gedaan en voelde je je opperbest.
Ook verhalen vertellen kon meester Frederikze erg goed. Geschiedenis en kerkgeschiedenis was altijd spannend wanneer hij vertelde met die oude schoolplaten als begeleidende beelden. Ik heb niets over de logopedist, de oogarts en de schooltandarts geschreven. Ook niet over de eendaagse schoolreisjes naar Drievliet, of over het gymmen in de gymzaal aan de Rijkskade, of over het uit het hoofd leren van de psalm, die op maandag…
Marja Blaak – van den Herik vertelt
Ik heb 6 jaar op de Eben Haëzer school gezeten. Met m’n zus Ellen, één klas hoger, en m’n broer(tje) Peter, twee klassen lager. De school was een logische keuze van onze ouders, want we woonden destijds aan de ’s-Gravenweg. Vanuit school gezien net voorbij de Scheve Overweg, waar nu de rotonde is met de spoorbomen.
ChatGPT zei:
In klas 1 zat ik bij juf De Ruiter in de klas. Klas 2 en 3 bij juf Sterk. Het leukste moment van de week vond ik als er hardop gelezen werd. Je mocht dan net zolang lezen totdat je een fout maakte. Ik genoot ervan als Nelleke Bultje mocht lezen. Dat ging haar heel goed af. Heerlijk om naar te luisteren.
Klas 4 bij juf Folkers. Klas 5 en 6 bij meester Frederikze, het hoofd van de school, die ook in het huis bij de school woonde. Als je klassendienst had en die dag gym in de gymzaal aan de Rijskade, mocht je achter op het schoolplein bij het fietsenhok de Solex van de meester uit het schuurtje halen. Iedereen op de fiets naar de gymzaal, behalve de meester, die ging op de Solex!
Op de terugweg ben ik nog een keer in de sloot gevallen, met fiets en al, ter hoogte van de familie Molenaar (Maarten en Nel).
Heel spannend was het als meester Van de Hoek in je poëziealbum ging schrijven. Hij maakte altijd van die mooie zwart/wit inkttekeningen.
Ik heb een leuke tijd gehad op de Eben Haëzer school. Je kende elkaar eigenlijk allemaal wel en iedereen had wel een broer(tje) of zus(je) op de school. Heel gemoedelijk!
– Klas 1 (1970) Staan vlnr: Riny Palschraaf, Alexander van Randwijck, Martin Molenaar, Martien de Groot, juf de Ruiter, Astrid Nomen, Adrie Palschraaf?, Rens Wiegeraad, Anton Breugem, Lenie Boudewijn.
Zittend vlnr: Miranda Baas, Loeki van Erk, Erik Stoel, Rene Stubbe, Marja van den Herik, Kees Schipper, Atina van Herk, Peter Gelderblom, Paul Vente –
– Arnold Dul en Hennie van Houweling –
– Klas 5 of 6 (1975 of 1976) Staand vlnr: Martien de Groot, Paul Vente, Rens Wiegeraad, meester Frederikze, Riny Palschraaf, Manfred Kaufman. Middelste rij vlnr: Lenie Boudewijn, Anton Breugem, Arina van Herk, Peter Spek, Astrid Nomen, Martin Molenaar.
Voorste rij vlnr: Erik van Bemmel, Frea Kerkhof, Marja van den Herik, Peter Gelderblom, Rene Stubbe, Loeki van Erk. –
– Foto’s van een toneelstukje. Met Peter Gelderblom, Marja van den Herik, Lenie Boudewijn, Rene Stubbe. –
Carla Verbruggen-Oosterom vertelt
Bij juffrouw Sterk, klas 1 en 2, is me vooral bijgebleven dat we een keer moesten zingen, en toen zei zij zoiets als: ‘Je moet maar eens goed gaan oefenen’, wat geen leuke opmerking was voor een meisje van 6 jaar.
ChatGPT zei:
In klas 3 en 4 hadden we meester van Til, dit waren leuke jaren.
Als ik me goed herinner hebben we vanaf het begin van school handwerkles gehad (breien, borduren, enz.), eerst van juffrouw Sterk en later van een handwerkjuffrouw. Ik weet niet meer of ik het toen leuk vond, maar ik heb er later best wel veel aan gehad.
Klas 5 en 6 hadden we meester Frederikse. Wat me daar erg van bijgebleven is, is dat er zo veel waarde aan het schrijven werd gegeven. Als je iets goed gemaakt had en volgens hem netjes geschreven had, mocht je schrift op een tafeltje of in een kastje liggen. Mijn schriftjes lagen er zelden, mijn leerwerk was wel goed, maar volgens meester Frederikse kon ik niet mooi schrijven.
Afscheid meester Fredrikze en Juffrouw Sterk
Juffrouw Sterk en Meester Frederikze van de Eben Haëzerschool aan de ’s-Gravenweg gingen op 1 augustus 1979 met vervroegd pensioen.
Zij kregen een afscheidsreceptie aangeboden in het Hervormd Kerkelijk Centrum, die door honderden mensen, waaronder veel oud-leerlingen, werd bezocht.
ChatGPT zei:
Door de oudercommissie en anderen was veel werk verzet om alle oud-leerlingen te benaderen, maar het resultaat overtrof alle verwachtingen. De grote zaal was te vol en buiten stonden nog honderden mensen te wachten om de beide leerkrachten de hand te drukken.
Aan geschenken en bloemen ontbrak het ook al niet. Mejuffrouw Sterk en de heer Frederikze kregen beiden een fototoestel. De oud-leerlingen boden de heer Frederikze een radio met boxen aan en juffrouw Sterk een rijwiel.
– Staand v.l.n.r.: Rinus Oosterom, Henk Stout, Tineke Boudewijn, Gerrit Stam, Corrie Labrie, Rietveld, Meester Frederikze, Adriaan Oudijk, Jannie de Graas, R. Frederikze, Sonja van Erkel en Maarten v. Winden. Zittend v.l.n.r.: Trees Tanasali, Corrie van Erkel,Carla Oosterom, Lia Flipse, Janneke de Wit, Ada v.d. Ben, Rita v.d. Plaats, Hennie Karreman en Grietje van Dam. –
Meester Frederikse kon heel mooi vertellen over geschiedenis enzo. Als ik me goed kan herinneren kwam mevrouw Frederikse altijd de koffie brengen. We mochten (ik geloof op vrijdag) ook altijd een leesboek meenemen naar huis. We hebben leuke schoolreisjes gehad, waar altijd foto’s (of dia’s) gemaakt werden, die ik graag nog weleens zou willen zien. En er werd veel gespeeld op het schoolplein, om de zoveel tijd was er weer iets anders populair: touwtje springen, elastieken, knikkeren, kringspelletjes, rolschaatsen.
Als de fluit ging, moesten we netjes per klas in de rij staan en rustig naar binnen.
Er werd ook altijd geoefend voor de aubade op Koninginnedag, en op de dag zelf met de hele school in een rij naar het gemeentehuis om daar te zingen, samen met alle scholen van Nieuwerkerk.
Na afloop gingen we weer terug naar school om daar wat spelletjes te doen. Als ik me goed herinner, hebben we ook een keer op Koninginnedag spelletjes gedaan op een straat in Dorrestein, waar toen nog gebouwd werd.
Ik heb een fijne tijd gehad op school.



