Voor het maken van de kaden gaven de Duitsers het Hoogheemraadschap 10 dagen de tijd. Veel tijd voor het maken van al deze kaden was er dus niet. Transportmiddelen ontbraken, zodat de benodigde grond nabij de kaden uit het land werd gestoken.
De kaden in de Zuidplaspolder waren uit enkel veen samengesteld, waardoor voor de stabiliteit en de waterdichtheid nogal gevreesd werd. 22 kadevakken, die aan de westwinden waren blootgesteld, werden tegen golfslag verstevigd. Soms met behulp van drijfbalken, soms met een rietbeslag op het waterbeloop, soms ook met pakken geperst stro.
Naar schatting zijn ongeveer 3000 mensen tegelijk aan deze kaden werkzaam geweest. De Nederlanders hebben geweigerd mee te werken aan het inlaten van het inundatiewater, daar hebben de Duitsers zelf zorg voor gedragen.
Op het land kwam het water ongeveer 40 à 50 cm te staan. De kaden hebben zich over het algemeen goed gehouden. Bij de Zuidplaspolder ontstonden enkele malen doorbraken, die vrij spoedig konden worden hersteld en die geen belangrijke schade teweegbrachten.