Ik ben onder de Komkommerkerk geboren en daar ook vandaan getrouwd. Mijn jeugd ligt dus in Nieuwerkerk!
Mijn vader was koster in de Komkommerkerk en dikwijls moesten wij als kinderen (ik had 2 broers en 4 zussen) meehelpen om de kerk en de consistorie schoon te houden.
Mijn vader, Cees van Arnhem, maakte doordeweeks tegels in een schuur achter Paul en Van Weelde aan de ’s-Gravenweg. Dit gebeurde toen nog allemaal met de hand.
Ik mocht als 4-jarige wel eens met hem mee, zittend voorop de stang van de fiets. Omdat we een eind van het dorp woonden, hadden we eigenlijk geen vriendinnetjes. We moesten altijd onszelf vermaken.
We speelden veel buiten of, als het regende, in de kerk. We speelden ‘kerkje’ en onze poppen werden regelmatig gedoopt. Ook kon je je goed verstoppen in de kerk.
We hebben ook altijd genoten van de winters. Er viel veel sneeuw.
– Rechts de boerderij van boer Van der Ham –
Mijn 2 oudste zussen werkten bij een advocaat in Den Haag en brachten regelmatig tulpenbollen mee naar huis, die we ook te eten kregen. Wat waren we dankbaar toen de oorlog voorbij was.
Er kwamen vliegtuigen over die eten dropten op het weilanden van boer Van Der Ham. Dat was een mooi gezicht. We kregen blikken Pork (vlees) en kaakjes.
Het wonen onder de kerk had in de oorlog nog meer voordelen. Boven de galerij had je nog een zolder waar je kon lopen. Je kon hier alleen komen met een lange ladder.
Tijdens de razzia’s hebben mijn vader, broers, een neef en de dominee daar nog ondergedoken gezeten. Ze gingen met de ladder omhoog en trokken dan de ladder de zolder op. Daarna deden ze het luik dicht en sliepen ze op zolder. Dit was heel spannend!
We bouwden hutten met raampjes erin en een jute zak was ons vloerkleed. We schaatsten veel op het kanaal, totdat het donker werd en dan heerlijk aan de erwtensoep.
Oorlogstijd……
Ik weet nog heel goed het moment dat de oorlog uitbrak. Het bombardement op Rotterdam zorgde ervoor dat het zelfs in Nieuwerkerk donker en somber was. Kleine stukjes verbrand papier en andere rommel dwarrelden bij ons naar beneden.
Als 8-jarige begrijp je nog niet alles, maar dat er iets ergs aan de hand was, was duidelijk. Als je bij ons in de deuropening stond, kon je zo een stukje van de Hoofdweg zien. We zagen groepen mensen lopen, die opgepakt waren door de Duitsers.
De Duitsers namen ook bezit van onze school. Wij hadden daarom school in de consistorie van de kerk, dat was voor mij makkelijk. Ik kon zo binnendoor naar school lopen.
Ook was er school in de stal van boer Van Der Ham aan de Kerklaan (waar voorheen de pianoworkshop was). Mijn zus moest naar school in de stal van boer Oudijk aan de Westringdijk. Ze kregen daar ook te eten.
Wij hadden thuis niet zoveel eten, zeker niet aan het einde van de oorlog, de zgn. hongerwinter. Mijn moeder maakte van suikerbieten pannenkoekjes en dat vonden we heerlijk.
Mijn broers gingen wel eens vissen in de IJssel en mijn moeder gooide de vis dan met kop en kont door de gehaktmolen en daarna door het meel, en bakte daar ook pannenkoekjes van. Af en toe hadden we ook aardappelen.
Regelmatig kregen we in het weekend gezellig bezoek van 2 Duitse soldaten. Ze aten bij ons Hete Bliksem, dat vonden ze heerlijk. We deden spelletjes en ze voelden zich bij ons helemaal thuis. Zij zaten ook niet op de oorlog te wachten en vonden het zelf ook verschrikkelijk. De ene soldaat had thuis ook een dochtertje van 4 jaar, net zo oud als mijn jongere zusje. Soms paste hij op mijn jongere zusje, zodat mijn moeder naar de kerk kon.
Dat de nieuwe spoorlijn gebouwd werd weet ik ook nog wel. Dat was in die tijd een hele belevenis.
In 1955 ben ik getrouwd en ging ik dus onder de kerk vandaan en ben ik in Bodegraven gaan wonen. Mijn vader liet toen een blok van 2 huizen bouwen op Kortenoord en begon daar een betonfabriek. Mijn ouders woonden in het ene huis en mijn broer Leen ernaast.
Deze huizen zijn inmiddels gesloopt, de zaak is verkocht, mijn ouders zijn overleden. Mijn broer Leen woont nog in de Boslaan. Ik kom nog regelmatig in Nieuwerkerk aan den IJssel, omdat mijn dochter hier sinds 1982 woont.
Ik kijk elke maand weer uit naar een nieuw exemplaar van het Oud Kanaaltje: wat zal er nu weer in staan…
Truus van Arnhem



