In maart en april 1944 zetten de Duitsers grote stukken land on der water. Het doel dat de Duitsers beoogden met deze inundatie was om een verdedi gingsgordel aan te leg gen om Rotterdam.
ChatGPT zei:
De inundatiegordel om Rotterdam begon, voor wat Schieland betreft, bij Kralingse Veer. Over een breedte van ongeveer 500 m strekte deze inundatie zich uit langs de Hollandse IJssel tot aan Kortenoord. Door deze inundatie werden de Gecombineerde polders in Capelle aan den IJssel, de polders Esse, Gansdorp en Blaardorp, en de Kortland en Kleinpolder getroffen.
Bij Kortenoord week de inundatie van de Hollandse IJssel af en liep in noordwestelijke richting in de Zuidplaspolder, tussen de eerste en tweede Tochtweg tot aan het Kanaal bij het Zuideinde in Zevenhuizen.
Dat de polders onder water zouden komen te staan stond buiten kijf. De vraag kwam bij het Hoogheemraadschap Schieland naar voren, of het wel geoorloofd was medewerking te verlenen tot het maken van deze kaden. Ook vroeg men zich af of het niet beter geweest zou zijn de kaden door de Duitsers zelf te laten maken, hetgeen voor de inundatie noodzakelijk was. Dit punt werd destijds uitvoerig overwogen.
– De pijpleidingen voor het inlaten van het inundatiewater –
“Na de bevrijding”
Toen de oorlog in mei 1945 voorbij was, zijn de belanghebbenden er direct toe overgegaan het inundatiewater weg te malen, om het land in de zomer voor culturen beschikbaar te hebben. Dit uitmalen van het water was na ongeveer 30 dagen voltooid.
Ook de polderwegen moesten worden hersteld en de hulpgemalen konden worden gesloopt. Deze inundaties hebben aan de ingelanden, grondeigenaren en pachters veel schade berokkend. Het land werd onbruikbaar, woningen en kassen werden door het water geheel of gedeeltelijk vernield, en dit alles juist in een tijd van voedselschaarste en materiaalgebrek.
De opruimingswerkzaamheden zijn vlot verlopen en eind 1945 was er van de aangebrachte schade niet veel meer te ontdekken.
De Duitsers hadden geen belang bij de kaden, maar alleen bij de inundaties. Deze kaden gaven het Hoogheemraadschap de mogelijkheid de inundaties te beperken; werden zij niet gemaakt, dan zouden de Duitsers veel grotere gebieden onder water hebben gezet.
Bijvoorbeeld hele polders, zodanig dat de grensgebieden zouden worden gevormd door de aanwezige polderkaden of dijken. Het eigen belang bracht dus met zich mee de kaden te maken om zoveel mogelijk landbouwgrond, kassen en woonhuizen te bewaren en om te voorkomen dat deze met de voeten in het water kwamen te staan.
“10 dagen de tijd”
Voor het maken van de kaden gaven de Duitsers het Hoogheemraadschap 10 dagen de tijd. Veel tijd voor het maken van al deze kaden was er dus niet. Transportmiddelen ontbraken, zodat de benodigde grond nabij de kaden uit het land werd gestoken.
De kaden in de Zuidplaspolder waren uit enkel veen samengesteld, waardoor voor de stabiliteit en de waterdichtheid nogal gevreesd werd. 22 kadevakken, die aan de westwinden waren blootgesteld, werden tegen golfslag verstevigd. Soms met behulp van drijfbalken, soms met een rietbeslag op het waterbeloop, soms ook met pakken geperst stro.
Naar schatting zijn ongeveer 3000 mensen tegelijk aan deze kaden werkzaam geweest. De Nederlanders hebben geweigerd mee te werken aan het inlaten van het inundatiewater, daar hebben de Duitsers zelf zorg voor gedragen.
Op het land kwam het water ongeveer 40 à 50 cm te staan. De kaden hebben zich over het algemeen goed gehouden. Bij de Zuidplaspolder ontstonden enkele malen doorbraken, die vrij spoedig konden worden hersteld en die geen belangrijke schade teweegbrachten.
– “Mon Sejour” –



